Genua citaten

campo santo, Genova
(foto Marjolijn, 2008)

via Palestro 18 N 13 interno, Genova
(foto Marjolijn, 2008)

Uit: Alle lust wil eeuwigheid.
Het magistrale levensscenario van Friedrich Nietzsche.
Peter Claessens.
Uitg: De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen, 2008.

Na veel rondreizen vindt hij in Columbus’ geboortestad Genua zijn
“ideale zolder-eenzaamheid”, 164 treden hoog, dat wil zeggen na een steile weg omhoog moet hij in huis nog eens 164 treden gaan
om zijn zolderkamer te bereiken.
Op de hoge, zilte zeekust ligt hij als een hagedis
roerloos onder zijn parasol, terwijl hij zich als een nieuwe Columbus,
een ontdekkingsreiziger op het terrein van de geest,
overgeeft aan oceanische gedachten:
“Ik denk zo vaak aan je en met name als ik na het middaguur,
bijna dagelijks, op mijn afgezonderde rots aan zee zit of lig,
als een hagedis in de zon uitgerust en in mijn gedachten
op zoek ga naar geestelijke avonturen”
(aan Franz Overbeck, 8 jan. 1881).

Uiterlijke roerloosheid, innerlijke bewogenheid
bepalen zijn verblijf in Genua:
“hier heb ik drukte en rust en hoge bergpaden
en dat wat mooier is dan mijn droom ervan, het campo santo”
(aan Heinrich Köselitz, 24 nov. 1880).

Al wat hem rest, is de horror van het bestaan
en een gloeiende passie voor het ontleden ervan.
“Toen ik in de winter van 1880-1881 aan
“Morgenrood” werkte, in Genua (via Palestro 18 N. 13 interno) –
dit hoogst kluizenaarsachtige sobere leven
was een en al pathos en nu, nu ik me gevoelsmatig
in een heel andere situatie bevindt, brengen een paar muziekklanken,
die in dat huis gemaakt werden, me dat weer voor de geest:
als iets wat zo goed was, pijnlijk-moedig en troostrijk,
dat men zulke troostende dingen niet jarenlang mag bezitten.
Men zou te rijk, te overmatig trots zijn –
ja de ziel van Columbus was in mij”
(de vrolijke wetenschap, aforisme 317).
Het leven is een experiment ten behoeve van de perceptie
en zelf is hij het proefkonijn.

zie: Dooiwind
zie: Salita delle Battistine 8
zie: Genova on my mind…