sgelare



Moe wankelt weer de murwe DOOIWIND allerwegen.
(A. Roland Holst)

Jetzt heisst es: sauve qui peut!
(Briefe von Nietzsche. Genua 15 März 1882)

Dit boek… schijnt geschreven in de taal van de DOOIWIND:
het bevat overmoed, rusteloosheid, tegenspraak, aprilweer, zodat men voortdurend wordt herinnerd aan zowel de nabijheid van de winter alsook aan de overwinning op de winter- een overwinning die komen zal en komen moet, die misschien reeds gekomen is…
…Is het een wonder, dat er hierbij veel ondoordachts en dwaas’ aan het licht komt, veel baldadige tederheid, verspild zelfs aan problemen die een stekelig vel hebben en er niet op zijn ingericht geliefkoosd en gepaaid te worden?
(uit: voorwoord De vrolijke wetenschap. Friedrich Nietzsche)

Ik heb de overkant van de zee gezien.
Het was niet ver, er was naar toe te zwemmen.
(Chris van Geel. uit: onbereikbaar dromen)

..en dat er nu niet meer genoeg van kan krijgen naar de oppervlakte van deze zee, naar deze bonte, tere, huiverende zee-huid te kijken: nooit tevoren heeft er een dergelijke bescheidenheid van wellust bestaan.
(De vrolijke wetenschap. Friedrich Nietzsche)

Ik zag nog nooit de Zee-
Ik zag nooit Heidegrond-
En toch weet ik wat Golven zijn
en hoe de Heide toont.
(Emily Dickinson. uit: 1052)

Ik wist niet wat ik doen moest op deze goddelijke morgen en daarom liep ik naar de zee. Ik had zoveel Nietzsche gelezen dat ik wist wat de zee was.
(Hans Lodeizen. uit: Henriette)

zie: DOOIWIND

zie: The process of thawing

zie: parallel falls