Buitenschilderen

het buitenschilder-seizoen is weer begonnen…

Tom van As en ik vierden in juni 2008 ons
17-jarig buitenschilder-jubileum.

Zo lang is het al geleden dat Tom mij dringend verzocht om
“slechts vier keer mee te gaan om buiten te schilderen”.
Aan die onontkoombare oproep gaf ik destijds met tegenzin gehoor.
Inmiddels blijken onze zomerse buiten-sessies in strakke banen
te zijn geleid door allerlei vaste rituelen:
Tom bepaalt de locatie, ik volg.
Tom kent het landschap op zijn duimpje, i
k ben al na één kilometer verdwaald.
Maar ik bestuur de auto, volgeladen met attributen
voor een werkdag in de polder, de richting-aanwijzingen
van Tom worden daarbij klakkeloos uitgevoerd.
Op weg naar de vooraf door Tom bepaalde plek
vinden heftige discussies plaats over schilderen en tekenen
in het algemeen en onze eigen werkhouding in het bijzonder.

Ter plekke aangeland begint het foeteren.
Het landschap is namelijk per definitie “te wijds”,
de rivier “te onstuimig” of de wolkenpartijen “te veranderlijk”.
Ga d’r maar aanstaan!
Toch kiezen we uiteindelijk ijsberend,
turend en talmend onze standplaats.
Het stormt, het staat op regenen, er heerst hittegolf,
een muggenplaag, nieuwsgierig melkvee dringt zich op
en bovendien is het hoofd vol met belangrijker zaken
dan een landschap schilderen.
Wat doet een mens zichzelf áán?!
Schilderwater komt uit de sloot, een windvlaag schept
het zojuist opgezette palet, de hitte is verzengend,
in een schilderhand wordt gestoken door een daas,
de tang om een tube met vastgedroogde schroefdop
los te draaien blijkt nog thuis te liggen …
Tot overmaat van ramp zijn er nieuwsgierige passanten.
Tót op het moment van plotseling vervoering
– door een verleidelijk uitzicht of inzicht –
is er slechts twijfel en wanhoop.
Maar dan, ineens, grijpt de werkzin in …
Wàt een dramatiek in die wolken!
Hoe ontstaat eigenlijk zo’n golf in de Lek?
Is een bocht in een landweg eigenlijk wel te schilderen?
Wàt een traliewerk vormen de schaduwen van een bomenrij!
Kwasten en verf, papier en gedachten
worden meegesleurd in de haast om vast te leggen,
zich te verliezen in wat slechts zichtbaar lijkt
voor de schilder, elk op eigen wijze.
Vàn de wereld, IN de wereld, van verf geworden, ópgegaan.
Tot het voorbij is.
Het resultaat valt daarna meestal afkeuring te beurt.
Discussiërend rijden we huiswaarts, moe en ontevreden.
Als de schilderingen bij Tom thuis tegen de wand worden gezet
begint het bekritiseren van elkaars werk:
“Schilderen van landschappen is een onmogelijke opgave”.
Tot besluit van de werkdag serveert Tom de dagschotel.
De discussie wordt vol vuur hervat:
het was weer niks deze dag, de schilderbuit valt altijd tegen.
En toch … eenmaal terug in het eigen atelier
doen de schilderingen hun verhaal van wat er te zien was,
die dag in de buitenwereld.
Tom en ik hebben het ieder op onze eigen wijze ervaren
en vastgelegd, want:
Schilderen doe je op je eentje

Bovenstaande tekst heb ik destijds geschreven
voor de tentoonstelling “schilderen doe je op je eentje”
Tom van As en Marjolijn van den Assem
in Streekmuseum voor de Krimpenerwaard,
Krimpen a/d IJssel, 2007
zie: atelierbezoek (4)

zie: snijden.
zie: oogst
zie: stroomopwaarts (2)

Chinese waterval (1)

waterval bij Lung Shan Tempel, Taipei (Taiwan)

Niet speciaal gezocht, meer “op mijn pad gekomen” was een reis naar China en Taiwan, waarvan ik onlangs terugkeerde. Het was een enerverende, indrukwekkende, vervreemdende reis. Maar bovenal inspirerend, doordat ik twee calligrafie-tentoonstellingen kon zien, één in het National Art Museum in Hong Kong en de andere in het National Palace Museum in Taipei. De tentoonstelling in Hong Kong gaf veel technische achtergrond-informatie over “the art of writing”, de tentoonstelling in Taipei ging over de restauratie van eeuwen-oude calligrafieën. Er waren met inkt geschilderde grote landschappen met tekst, op rollen, in één stuk of op elkaar aansluitend. Tekst-blokken in strenge ordening op lange uitrolbare vellen geplakt.
Oeroud en hedendaags bij elkaar. Alles leek in grote vaart geschilderd, trefzeker, zoals onontkoombaar bij deze techniek, onleesbaar en toch met een grote zeggingskracht.
Véél getekende/geschilderde watervallen ook, het water wit uitgespaard. De waterval blijkt het symbool van de reiniging van de ziel te zijn. Dat werd mij duidelijk bij de ingang van de Lung Shan Tempel in Taipei, waar in het voorportaal enkele grote watervallen zijn aangebracht, rustgevend, verkoelend, klaterend uitmondend tussen de goudvissen… Vandaar wordt het water weer omhooggepompt en begint een nieuwe vrije val.
De relatie met mijn eigen “gevonden” watervallen in mijn dooiwind-project (zie dooiwind, 12 mei 2008), werd me daar ter plekke geopenbaard.
Ik moet meer afstand nemen van de bewijsdrang en het calligrafische, seismografische handschrift laten stromen, ondanks de technische “onuitvoerbaarheid” van die naar-beneden-stortende, strepen-trekkende- watermassa die kolkend zijn weg vindt, die als vanzelfsprekend een universeel verhaal lijkt te vertellen.
Met een koffer vol nieuwe penselen en een traditionelere kijk op de techniek van de calligrafie ben ik teruggekeerd in mijn atelier:
aan het werk!

*zie: gemengde techniek.

zie: parallel falls

zie: splash!

zie: The process of thawing

Tricot Winterswijk


Tricot/Winterswijk

Rob Smolders heeft een sterk staaltje van doorzettingsvermogen geleverd:
in de prachtig gerestaureerde Tricot textielfabriek vestigde zich een tentoonstellingsruimte voor moderne kunst én werd de collectie Wim Izaks ondergebracht. De mooie catalogus bij de openingstentoonstelling “Scherp gesneden/raak getypeerd”, met tekst van Rob Smolders, werd op 17 mei 2008 gepresenteerd. Een eerbetoon aan Jo Izaks (1949-2006) de zus van Wim, die gedreven en doortastend haar broers werk onder de aandacht bracht en het initiatief nam voor dit nieuwe onderkomen.
Aan de openingstentoonstelling nemen deel:
Jurriaan Molenaar, Guido Lippens, Paul van Dongen, Vanessa Jane Phaff, Barend van Hoek, Nan Groot Antink, Marjolijn van den Assem.

Uit de catalogus:

Scherp gesneden/raak getypeerd:
…Kunstenaars van verschillende generaties die een grote verscheidenheid aan opvattingen en werkwijzen aan de dag leggen, dat mag een rode draad worden in het programma. Zij treffen elkaar in hun vindingrijkheid en volharding, hun nooit uitgepraat raken over zaken die ertoe doen.
De expositieruimte heeft een locatie gevonden die als een onontdekte parel in de achterhoek ligt. Winterswijk staat bij kenners van het landschap hoog genoteerd om de natuurlijke rijkdom en variatie.

…Marjolijn van den Assem reist in gedachten door het landschap, naar een historisch beladen plek of zelfs met de woorden van een brief mee, en registreert haar reis met potlood, inkt en papier. Ze schrijft en schetst met potlood en vult in met Oost-Indische inkt. De verbeelding krijgt dikwijls daarna pas vorm als het papier verknipt, versneden of afgeknabbeld geplooid wordt naar de gedachtengang die het uit moet beelden. Aangezien herinneringen en assosiaties zich niet onderwerpen aan de wetten van chronologie en zwaartekracht, kunnen flarden en fragmenten in elk denkbare relatie tot elkaar komen te staan. Het papier kan hangen, liggen en zelfs staan. Het kan opengescheurd zijn, samengebonden, gekruld, gevlochten of tot bloemkelken gemodelleerd. Op een of andere wijze zoekt en herschept Van den Assem steeds de natuur. Haar seismografische manier van tekenen leidt nooit tot abstracte krabbels. De grilligheid van haar denken en voelen krijgen de gedaante van een landschap, mooie woorden die van een bloem, de behoefte aan concentratie vertaalt zij als een takje met wat bloesem, in potlood en streling op papier. Materiaal en gebaar laten zich niet meer los van elkaar beschouwen…

via campagnano (45) 2004 2-delig. acryl/potlood/nietjes op papier 71x115x37cm/70x50x11cm.
Na tijdelijke sluiting te zien van 1 november 2008/1februari 2009  bij Tricot/Winterswijk.
zie: www.tricotwinterswijk.com

dooiwind/thawing-wind

“Genua wurde somit das Abbild seiner philosophischen Stimmung,
das gilt aber für alle Orterlebnisse Nietzsches,
nur dass ihre Funktion jeweils eine andere war.”
Uit: Nietzsche und Goethe in Italien
Mazzino Montinari

Resultaat van zeven jaar inleving/inlijving (2007 – 2014):
BEKIJK de video van het doorbladeren van het boek
de taal van de dooiwind

zie: Boekpresentatie(1)
zie: Boekpresentatie(2)
Beluister het interview over de dooiwind, door Gijsbert van der Wal:
Interview

**********************************************************************************

From the preface to the second edition (1886) of “The Gay Science” by Friedrich Nietzsche:

” This book seems to be written in THE LANGUAGE OF THE THAWING-WIND:
there is wantonness, restlessness, contradiction, and April-weather in it; so that one is constantly reminded of the proximity of winter as of then victory over it: the victory which is coming, which must come, which has perhaps already come.”

” What wonder that much that is unreasonable and foolish thereby comes to light: much wanton tenderness expended even on problems which have a prickly hide and are not therefore fit to be fondled and allured? ”

“… we, rivals of the ray of light (…) not away from the sun, but towards the sun!”
(The Gay Science. Friedrich Nietzsche) (293)
***
zie: Lichtzwaar!(3)
zie: brand new
zie: senza titolo
zie: NIEUW BOEK(3)

The process of thawing: a period of warm weather during which ice and snow melt/a relaxation of reserve, restraints, or tensions.

“Eine verschneite Seele, der
ein Thauwind zuredet”
(the wind that thaws ice and snow, tenderly convincing a frozen soul to melt)

(20(3) Sommer 1888 Nachgelassene Fragmente, Friedrich Nietzsche)

In 2007 boorde ik als vanzelfsprekend een nieuw onderwerp aan.
Natuurlijk is het uitgangspunt weer een Nietzsche-citaat. Nietzsche, de kluizenaar van Sils Maria (Zuid-oost Zwitserland) bracht de zomers door in de -koelte en heldere lucht brengende- bergen aldaar.
In 1880, op zoek naar een winterverblijf, kwam hij terecht in Genua en beleefde daar een zonovergoten januari-maand. Dat leverde prachtige brieven op, een lofzang op het leven en een ode aan het Méditerrane leven dat kleurrijk is als het zuiden zelf. Bovendien zijn deze teksten wederom een toonbeeld van Nietzschiaanse geestkracht. Omdat hij uit de eeuwige sneeuw van Sils Maria kwam en zich in Genua langzaam geestelijk en lichamelijk voelde ontdooien, noemde hij zijn schrijfstijl “de taal van de dooiwind”*
(in het voorwoord van de Vrolijke Wetenschap) .

Die taal noemt hij elders “baldadig teder” en ook wel “frivool”.
Dat alles raakt mij. Daarom reisde ik al meerdere malen af naar Genua, met een pakket citaten onder de arm. De herinneringen hieraan probeer ik nu onder woorden te brengen, te tekenen en te schilderen. De indrukken die ik opdeed tijdens mijn eerste verblijf in Genua, in augustus 2007, legde ik vast in o.i.inkt-tekeningen zoals de series Centro Storico en Abbild(1)(2)(3)(4). Daarna leek het alsof ik in Genua in mijn eigen tekeningen rondwandelde. Dat versterkte het idee dat ik op de goede weg ben met dit nieuwe thema.

Ook dit projekt zal -net als mijn Seelenbriefe projekt- uiteindelijk tot een conclusie komen en tot een boek leiden, maar ik heb nog een lange weg te gaan. Na een verblijf  (voorjaar 2010) in Sils-Maria, waar het Nietzsche-Haus staat en waar ik (opnieuw) wandelingen in Nietzsches voetspoor ga maken, hoop ik door de reis van Sils-Maria naar Genua te maken Nietzsche’s dooiwind* aan den lijve te ervaren. Nabij Sils Maria bevindt zich een belangrijke waterval dichtbij de oorsprong van rivieren. In Genua vlakbij Nietzsche’s verblijfplaats, trof ik een artificiële waterval aan in het Viletta di Negro (zie: Nietzsche’s brieven). Inmiddels dringen beide watervallen zich op in mijn werk, bijna ondanks mijzelf.
De wandelingen door Genua leiden onherroepelijk, in tekeningen en schilderingen, tot  watervallen...

Technisch is zo’n waterval schier onbegonnen werk en waarschijnlijk is dat nou precies waarom het me te doen is… zonder twijfel ben ik zelfs op weg naar stalen dooiwind beelden…

PS:
De “saturnaliën van de geest” staan voor de zonnewende die Nietzsche zelf gemaakt heeft: hij is als het ware uit een toestand van ijskoude bezig weer warm te worden. Het ijs in hem smelt door de Genuese zon en nieuwe, hoopgevende gedachten. Vandaar dat Nietzsche zo mooi zegt, dat het boek in “de taal van de dooiwind” is geschreven en dat er “aprilweer” in zit: hij komt vers uit de winter, er is nog een rest van winter te bespeuren, maar ook al “overwinning op de winter”.
…Niet waarheid, maar gezondheid- dat wil zeggen: toekomst, ontwikkeling, macht, leven- is de bron van de filosofie: zijn fysieke gesteldheid, de mogelijkheden en beperkingen van het lichaam, vertaalt de filosoof in gedachten, “deze kunst van de transfiguratie IS de filosofie zelf”, schrijft Nietzsche (Vrolijke Wetenschap, voorwoord ). Lichaam en ziel zijn niet te scheiden:
“Wij zijn geen denkende kikvorsen, geen objectiverende en registrerende apparaten met stilgelegde ingewanden- wij moeten voortdurend onze gedachten baren uit ons lijden en ze moederlijk alles meegeven wat we aan bloed, hart, vuur, wellust, hartstocht, pijn, geweten, bestemming en noodlot in ons hebben. Leven- voor ons betekent dat: alles wat wij zijn, voordurend veranderen in licht en vlammen.”
(Lof der Méditerranée. Martine Prange)

Conclusie: Il faut méditerraniser la philosophie.
(Lof der Méditerranée. Martine Prange)

Welbeschouwd ben ik het zelf geweest, dat dier uit zee: bijna elke zin in het boek is bedacht, te voorschijn geglipt te midden van die rotsachtige wirwar in de buurt van Genua, waar ik alleen was, en zelfs met de zee nog geheimpjes had. Nog op dit moment wordt naar mijn gevoel, als ik toevallig met het boek in aanraking kom, ongeveer iedere zin een slip, waaraan ik iets onvergelijkelijks opnieuw uit de diepte trek: het siddert over zijn hele huid van het zachte huiveren der herinnering. De kunst, waardoor het zich onderscheidt, die is niet gering, als het erop aankomt, om dingen, die soepel en geruisloos voorbijglippen, ogenblikken, die ik goddelijke hagedissen noem, een beetje vast te zetten- niet direct met de wreedheid van de jonge Griekengod, die het arme hagedisje droogweg aan zijn spies reeg, maar toch nog altijd met iets puntigs, met de pen…
(ecce homo, Friedrich Nietzsche)

zie: Genova on my mind
zie: taal v/d dooiwind
zie: Abbild
zie: Stifter
zie: Salita delle Battistine 8.
zie: splash!
zie: The process of thawing
zie: Sgelare (the process of thawing)
zie: Travelogue
zie: Travelogue (VIDEO)
de taal van de dooiwind / die Sprache des Tauwinds / the language of the thawing-wind