HENDRIK CHABOTPRIJS (2)

Op 6 december 2019 in de Burgerzaal Stadhuis Rotterdam
werd de Hendrik Chabot Prijs 2019

onder overweldigende belangstelling uitgereikt
en het juryrapport in een feestelijke publicatie
gepresenteerd (zie boven).

Foto’s: Annelies van den Assem/ Kim Everdine Zeegers/André Smits

zie: HENDRIK CHABOTPRIJS (1)
zie: HENDRIK CHABOTPRIJS (3)
zie: HENDRIK CHABOTPRIJS (4)
zie: Chabot Museum

De Hendrik Chabotprijs is een driejaarlijkse
Nederlandse Kunstprijs voor beeldend kunstenaars
die wonen of werken in de regio Rotterdam
of een nauwe band met de stad hebben.

Deze oeuvreprijs werd in 1963 ingesteld
door het Prins Bernhard Cultuurfonds
en is nu in handen van het Chabot Museum.


De jury van de Hendrik Chabotprijs 2019

heeft unaniem besloten
de prijs toe te kennen aan

Marjolijn van den Assem (Rotterdam 1947).

Burgemeester Ahmed Aboutaleb
reikte de Hendrik Chabotprijs uit
op 6 december 2019 in de Burgerzaal
van het Stadhuis Rotterdam

De jury van de Hendrik Chabotprijs bestaat uit:
Woody van Amen
Lucette ter Borg
Inge de Bruin – Heijn (voorzitter)
Deirdre Carasso
Siebe Thissen

DANKwoord voor de Hendrik Chabot Prijs
uitgesproken in de Burgerzaal, Stadhuis Rotterdam:

Het waren rare weken!
In onmacht gevallen weken. 
Ik? De Hendrik Chabot Prijs?
Vechten kan ik, maar geëerd worden? 
Me nergens mee mogen bemoeien? 
Ik heb een eervolle flard van het jury-rapport kunnen lezen …
maar ben ik dan een Nietzsche-vorser terwijl wat ik doe
een onontkoombare behoefte is, lijfsbehoud?
Nietzsche is mijn startmotor,
en dat ging zo:

Ik was dertig jaar en onzeker.
Ik las Nietzsche’s laatste boek Ecce Homo,
geschreven op de rand van de waanzin
maar blakend van zelfvertrouwen.
Het boek sloeg in als een bom.
Jarenlang ploegde ik me door Nietzsches oeuvre heen,
schreef zinnen over, ordende de woorden naar eigen inzicht
en gebruikte ze als drijfveer voor mijn eigen werk.
Dat werk bereikte tentoonstellingen, maar
over mijn gevecht met de taal sprak ik weinig.

Terwijl ik las en overschreef vroeg ik me vaak af
hoe Nietzsche tijdens zijn wandelingen de woorden vond.
Hij zocht heldere lucht, schrijft hij in correspondenties,
maar waar vond hij die dan?
Welke kleuren had het landschap
dat de voorwaarden schiep tot deze denkweg?

Jaar na jaar zocht ik die verblijfplaatsen als aanleiding om
zèlf mijn denkweg te kunnen vervolgen in mijn tekeningen.
Vroeger deden we dat met het hele gezin, citaten onder de arm,
die ik voorlas als we ter plekke waren aangekomen,
ik heb nooit een klacht gehoord. 
Gelukkig had Nietzsche een fijne neus
voor prachtige verblijfplaatsen, veelal in het Zuiden.

Ik vond een methode om in mijn atelier de bezochte plaatsen,
de kleuren van de lucht, het mos tussen de stenen,
de omkrullende golven, de donderende watervallen,
de woudreuzen en de bergtoppen
uit mijn geheugen op te roepen en naar mijn hand te zetten.
Landschappen, 
ruimtes die zichzelf herdachten.

In 1989 viel de muur en was het mogelijk
om vrijuit Nietzsches geboortegrond te bezoeken
in voormalig Oost-Duitsland.
Het Nietzsche Haus in Naumburg an der Saale
bleek verpauperd en vervallen,
maar er was een mededeling op de deur geplakt.
Studenten waren bezig een Nietzsche Gesellschaft op te richten,
het adres stond er bij en thuisgekomen schreef ik een brief
dat ik lid wilde worden van dat Gesellschaft. 
De van de reis overgebleven Deutsche Marken
stopte ik er in de enveloppe bij als aanbetaling voor het lidmaatschap.
Er kwam geen antwoord, totdat ik vele jaren later
een geplastificeerd pasje ontving waarop stond dat ik officieel
‘Mitglied’ van het Nietzsche Gesellschaft was geworden.
Wat een trofee! 
Nog weer vele jaren later bereikte mij een uitnodiging
voor een solo-tentoonstelling in het inmiddels
naast het Nietzsche Haus verrezen, gloednieuw gebouwde
Nietzsche Dokumentationszentrum.
Ik sprong een gat in de lucht en reisde af naar Naumburg an der Saale.

Toen ik de tentoonstelling vóórbesprak met de directeur,
dr. Ralf Eichberg, bleek dat hij van mij verwachtte
dat ik een zes meter hoog werk zou maken,
dat náást de Nietzsche-buste zou komen te hangen.
Ik aarzelde en vertelde -om tijd te rekken- dat ik
vlak na de val van de muur het Nietzsche Haus al was gaan zoeken. 
Hij viel me in de rede, stootte mij aan en zei: “ABER ICH WAR ES!”

Na wat heen en weer gestotter bleek dat HIJ
de student was geweest die het briefje destijds
op die vervallen deur had opgehangen,
dat HIJ met medestudenten het Nietzsche Gesellschaft
opgericht had en dat HIJ mijn aanmeldings-brief
twintig jaar daarvoor had ontvangen,
juist op het moment dat ze overal aan twijfelden!

Omdat ze zich door mijn brief gerealiseerd hadden
dat hun initiatief al tot Nederland was doorgedrongen
en dat daar zelfs een mevrouw wilde meedoen
die zelfs op voorhand geld stuurde,
hadden ze zich aangemoedigd gevoeld.

Ralf Eichberg bekende dat hij zich destijds had voorgenomen:
“ooit bedank ik haar”.
Dat deed hij met mijn solo-tentoonstelling: Seelenbriefe.

Ik werd kind aan huis in het Dokumentationszentrum,
gaf er voordrachten en rondleidingen.
Met een ‘Onderzoeks- en Ontwikkelingssubsidie’
van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam
kon ik ter plekke gaan werken in het archief.
Sindsdien schenk ik jaarlijks een deel
van mijn Nietzsche-bibliotheek aan het Dokumentationszentrum
en daar blijken heel bijzondere exemplaren bij te zitten!

Nog steeds schrijf ik teksten over, honderden keren,
om te doorgronden, in te leven, in te vechten, in te lijven
… en me vooral weer lós te maken
en mijn eigen weg te banen. 
En zó kwam ik bij Hendrik Chabot terecht.
Zijn werk neemt in eerste instantie niet voor zich in,
het is weerbarstig, het lijkt je weg te willen duwen,
maar als je het uitnodigt: “zullen we dansen?!”,
dan vertelt het je van de wanhoop en de troost in de kunst.

De solo-tentoonstelling “Inleven/Inlijven,
Marjolijn van den Assem ontmoet Henk Chabot”,

in mijn lievelingsmuseum, het Chabot Museum, gàf me die kans.
Directeur Jisca Bijlsma en ik selecteerden samen de werken,
waarbij ik me liet leiden door de boeken in Chabot’s boekenkast.
Het boek “Das Teufliche und Groteske in der Kunst”
werd de leidraad, er werd me daardoor zoveel meer duidelijk
van de weg die vele kunstenaars in die tijd zijn gegaan.
Ook Chabot leefde zich verregaand in zijn onderwerpen in,
hij zwom in de Rotte om zich deel
van het te schilderen landschap te voelen,
net zoals ik dat deed in de onstuimige Saale in Naumburg.

En ik weet zeker, dat tijdens de tentoonstelling ‘Inleven/Inlijven’,
in de nacht, in het verlaten museum,
de werken van Chabot en die van mij elkaar vertelden
hoe ze tot stand gekomen waren.
Het werd dan ook een échte ontmoeting,
zoals de ondertitel van de tentoonstelling voorspelde.
Daarvoor ben ik Hendrik Chabot heel dankbaar.

Mijn nieuwste project heet
“bewustzijn van schijn”
(over het schouwspel tussen brief en Tegenbrief).
Er komt een boek, een tentoonstelling in Duitsland
en hopelijk ook in Rotterdam, mijn stad.

Invechten en ontworstelen, het is u inmiddels duidelijk geworden
hoe het werkt, hoe IK werk:
zinnen zoeken en verteren, opladen door de gedachtengang. 
Wat volgt is vaak een explosie, leesbaar voor velen, vive la vie!
Mijn grote dank geldt dan ook u allen, 
maar het meest van alles:
dank ik het leven!

Marjolijn van den Assem
Rotterdam, 6 december 2019

zie: Hendrik Chabot Prijs 2019 uitgereikt aan Marjolijn van den Assem
zie: Werk/Work
zie: the (saved) book!
zie: Naumburg a/d Saale

Blader door juryrapport en brochure: Hendrik Chabot Prijs 2019
On Vimeo: Dankwoord Hendrik Chabot Prijs 2019




Leave a Reply

Your email address will not be published.