lettre/Brief/letter/brief(4)

“Ik had het nodig, na talloze beklemmende
en kwellende woelingen van mijn ziel
voor enige tijd tot kalmte te komen
(…)”*

Het honderd(en) keer overschrijven van dezelfde tekst
lijkt een mantra:
“Een mantra is een gedicht, woord, uitspraak
of een lettergreep die het midden houdt
tussen een spreuk met magisch effect en een gebed.
In sommige gevallen wordt hij herhaald
en is hij bedoeld als een continue recitatie. ”
(Wikipedia)

zie: lettre/Brief/letter/brief(1)
zie: lettre/Brief/letter/brief(2)
zie: lettre/Brief/letter/brief(3)
zie: lettre/Brief/letter/brief(5)
zie: 73 x Hölderlin (on Vimeo)

schrijft

Hölderlin aan Casimir Ulrich Böhlendorff
Nürtingen, vermoedelijk november 1802

Mijn beste!

Ik heb je lange tijd niet geschreven,
ben intussen in FRANKRIJK geweest en heb er
de treurige eenzame aarde gezien,
de herders in het ZUIDEN van Frankrijk en
vereenzaamde schoonheden, zowel mannen als vrouwen,
opgegroeid in de angst voor twijfel aan het patriottisme
en honger. Het geweldige element, het vuur van de hemel,
en de stilte en vrede van de mensen,
hun leven in de natuur en hun toewijding en berusting
hebben mij voortdurend AANGEGREPEN,
en zoals men de held nazegt kan ik wel zeggen
dat Apollo mij heeft geslagen.
In de streken die aan de Vendée grenzen,
heeft mij het wilde, het krijgshaftige geïnteresseerd,
het puur mannelijke dat het levenslicht rechtstreeks
laat stralen in ogen en ledematen en dat zich in doodsangst
als BEVLOGEN DOOR VIRTUOSITEIT WAANT
en ZIJN DORST OM TE WETEN LEST.

Ik had het nodig, na talloze beklemmende
en kwellende woelingen van mijn ziel
voor enige tijd tot kalmte te komen*,
en daarom verblijf ik inmiddels in mijn geboortestad.
De natuur van het moederland ontroert me
ook des te dieper naarmate ik haar meer bestudeer.
Het bliksemend noodweer,
niet alleen in zijn hoogste verschijning
maar zelfs in de aanblik als een macht en een gestalte,
en tevens in andere uitdrukkingsvormen van de hemel,
het LICHT in al zijn schakeringen,
nationaal en zich als heilig BEGINSEL
en NOODLOT ontwikkelend, zijn bewegingen van opkomst
en ondergang, het KARAKTERISTIEKE VAN DE BOSSEN
en het samenvallen van verschillende gestalten
van de natuur in dezelfde streek, zodat alle heilige OORDEN
van de wereld te zamen zijn rondom een OORD,
en het filosofisch LICHT dat mijn venster omstraalt
is nu mijn vreugde; o. dat ik behouden mag blijven
zoals ik tot hier terecht ben gekomen.
(…)
SCHRIJF me toch snel. Ik heb je zuivere tonen nodig.
De ziel die heerst onder vrienden,
het ontstaan van gedachten in gesprek en brief
zijn voor kunstenaars ONONTBEERLIJK.
Anders hebben wij zelfs niemand voor onszelf;
maar behoort hij tot het heilige beeld dat wij vormen.
Het ga je oprecht goed.
Je
H.

Uit: Friedrich Hölderlin.
Onder een ijzeren hemel. Brieven.
Vertaald, bezorgd en van een nawoord voorzien door Kester Freriks.
Uitgeverij De Arbeiderspers

zie: Hölderlin(1)
zie: Hölderlin(2)
zie: Hölderlin(3)
ZIE VOOR VIDEO: lettre/Brief/letter/brief (1 t/m 49) 2014

Nietzsche über Hölderlins Dichtung (von Armin Risi)
(…)
Nietzsche (geb. 1844) war bereits in seiner Jugend sehr von Hölderlin (gestorben 1843) begeistert und konnte sich wie kaum einer seiner Zeitgenossen in ihn hineinfühlen und ihn verstehen. So heißt es z. B. in der rororo-Biographie (S. 18 und 20): „Jean Paul war ihm vertraut, größte Liebe und Verehrung hegte er aber für den in seiner Zeit nahezu unbekannten Hölderlin.“
Hölderlin war nach seinem Tod für Jahrzehnte praktisch total vergessen. Ja schon während seiner Lebenszeit war er nur noch wenigen bekannt gewesen, hatte er doch seine ganze zweite Lebenshälfte (36 Jahre lang) in seinem Turmzimmer in Tübingen gelebt, einsam und verrückt, wie ihn die meisten Biographen heute zeichnen. Erst anfangs des 20. Jahrhunderts wurde die Dichtung Friedrich Hölderlins wieder entdeckt und „ausgegraben“ und zögernd auch von den Germanisten anerkannt. Um so erstaunlicher ist es, daß Friedrich Nietzsche im Jahr 1861 Hölderlin wählte, als er am Gymnasium einen Schulaufsatz schreiben mußte, in dem es darum ging, einem Freund in einem Brief seinen Lieblingsdichter vorzustellen. Der 17-jährige Nietzsche tat dies auf eine sehr originelle Weise, nämlich indem er seinen Lieblingsdichter, Friedrich Hölderlin, gegen die Anschuldigungen von seiten des fiktiven Brieffreundes verteidigte, und eben: das zu einer Zeit, als kaum jemand mehr Hölderlin kannte, wahrscheinlich nicht einmal mehr Nietzsches Deutschlehrer. Hören wir, was ein Teenager damals im Schulaufsatz schrieb: „Brief an meinen Freund, in dem ich ihm meinen Lieblingsdichter zum Lesen empfehle.”
Weiterlesen:/zie: Nietzsche über Hölderlins Dichtung (von Armin Risi)
***
zie: lettre/Brief/letter/brief(5)

6 thoughts on “lettre/Brief/letter/brief(4)”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *