Aantekeningen


Schelpen-sculptuur van Matthijs Lievaart
beschreven met citaten van Arjen van Veelen,
uit een hartverwarmend boek
over de vormende en voortstuwende kracht
van vriendschap en het verlangen
naar het ‘eeuwig’ blijven duren daarvan.

Zie:
Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken,
Arjen van Veelen

Nominatie Libris Literatuur Prijs 2018:

‘Weinig schrijvers slagen erin
het verlies van een vriendschap
zo invoelbaar en tegelijkertijd
lichtvoetig te beschrijven
als Arjen van Veelen.
Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken
is een ode aan een vriend die
aan een hartaderbreuk bezweken is.
Van Veelen had deze Tomas, een aankomende schrijver,
aan de universiteit leren kennen
als een belezen en superieure dandy.
De herinnering aan hun intense gesprekken,
waarbij Van Veelen meestal luisteraar
en toeschouwer bleef,
is één van de verhaallijnen.
Andere zijn een verhuizing met vrouw en poes
naar St. Louis en een zevendaagse studiereis
naar Alexandrië op zoek naar het graf
van Alexander de Grote.
Na de dood van Tomas wordt de vriend
en luisteraar zelf schrijver.

Arjen van Veelen schreef een roman in de ik-vorm,
die tegen de autobiografie aanleunt.
Tomas is herkenbaar als de jonggestorven
Vlaamse auteur Thomas Blondeau.
Toch blijft de autobiografie onderworpen
aan de literaire omgeving,
die ‘een web van betekenissen’ spint
rond de legendarische jonge held
en wereldveroveraar Alexander de Grote.
Diens ‘romantische’ ideaal van pothos,
het verlangen naar het onbekende,
vindt een late echo in Tomas en zijn rusteloos
en compromisloos verlangen naar uitmuntendheid.

De ‘aantekeningen’ waaieren breed uit:
begrafenisrituelen, verplaatste obelisken,
oude en nieuwe piramides,
een verdwenen en een nieuwe bibliotheek,
dodenmaskers van dichters, bajesklanten en farao’s,
of een overval op een Amerikaans kerkhof.
Uitweidingen genoeg, maar altijd
vallen de puzzelstukken op hun plaats;
de thema’s van vriendschap en vergankelijkheid,
van leven en dood, komen verrijkt
en genuanceerd aan de oppervlakte.
De obelisk, symbool van eeuwigheid,
duikt zelfs op in de vorm van een tandenstoker.
Nuchterheid en droom houden elkaar scherp.
En het terugkerende beeld van de slang 
die zichzelf in zijn staart bijt en daarmee
een eeuwige cirkel vormt,
raakt ook aan de constructie van deze roman,
waarin alles, als in een wereldwijd web,
aan elkaar hangt. Dit is een bruisend boek,
barstend van jonge melancholie,
rijk aan scherpe formuleringen en waarin
niet al te zwaarwichtig
met de dood wordt omgesprongen.’

Lees het volledige juryrapport.

zie: Arjen van Veelen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *